Het volgende moment zweeg Daphné als vermoord. Of het contact was weggevallen. Een nadere studie van de gsm van Summer leerde Sam dat het optie nummer twee was.
‘Verdorie, platte batterij’, vloekte Sam.
‘Wat? Dat kan niet!’ reageerde Summer vol ongeloof.
‘Echt’, zei Sam en hij toonde de gsm.
Summer nam de gsm uit Sams handen en probeerde hem weer aan te zetten. Zonder succes. Driftig drukte hij op de knoppen, maar er gebeurde niets.
‘Verdomme!’ riep hij en hij zwierde het toestel door de kamer. De gsm spatte uiteen tegen een muur. Hij had zijn dienstweigering met zijn leven moeten bekopen.
‘Wat zei mevrouw Wickman?’ vroeg Summer.
Plots was hij weer helemaal de oude. Een geheim agent moet altijd voorbereid zijn en dat was Summer niet geweest, want hij was op een cruciaal moment de controle over zijn telefoon kwijtgeraakt. En ook al kon dat iedereen overkomen, Sam wist dat Summer dat zichzelf kwalijk zou nemen. Zijn vermoeidheid was op slag verdwenen, Summer was klaar om zijn foutje goed te maken.
‘Ze zei dat we hier zo snel mogelijk weg moeten’, antwoordde Sam. ‘Er is iets mis met de koffer.’
‘Welke koffer?’ vroeg Summer en zijn blik kamde de omgeving uit, op zoek naar wat voor koffer dan ook.
‘Dat weet ik niet’, zei Sam. ‘Toen viel ze weg.’
Summer legde zijn handen op zijn rug en ijsbeerde in het rond. Sam wist dat hij op enkele seconden alle mogelijkheden overwoog en dat hij er snel de naar zijn mening beste optie zou uitkiezen. Twijfelen doen alleen zwakkelingen, had president-directeur-generaal Autumn wel eens gezegd, maar dat was gemakkelijker gezegd dan gedaan. Sam vroeg zich af of hij ooit zou kunnen wat Summer kon. Natuurlijk kon Summer op net iets meer ervaring bogen dan Sam zelf.
‘We moeten die koffer vinden’, zei Summer en hij keek Sam recht in de ogen. Zijn blik was vastberaden en Sam wist dat er niets tegen in te brengen zou zijn. Hij probeerde toch.
‘Maar Daphné zei net dat we hier zo snel mogelijk weg moesten!’
‘Dat weet ik’, knikte Summer kalm.
‘Wel? Moeten we ons dan niet naar buiten begeven?’
Summer schudde zijn hoofd.
‘Dan verliezen we de controle over de zaak en dat wilt u toch niet? Als wij hier weg zijn, wie weet wat er dan gebeurt!’
‘Dan ontploffen we misschien. Dat zou ik inderdaad niet graag missen’, mompelde Sam, net luid genoeg.
‘Het spijt me, meneer Smith, maar we mogen niet alleen aan onszelf denken. Er zijn nog mensen in dit gebouw. Het is onze taak hen te beschermen.’
‘Hoe dan?’ vroeg Sam.
‘Daar kan ik u voorlopig niet verder mee helpen. Dat weet ik zelf nog niet.’
Summer begon door de ruimte te wandelen, zijn ogen kamden alle hoeken uit. Sam stapte achter hem aan.
‘Maar er is bijna niemand meer in het gebouw’, probeerde Sam nog. ‘De meeste mensen zijn al naar huis.’
Summer antwoordde niet meer en bleef voortstappen. Sam wist dat Summer zijn beslissing had genomen en dat hij er niet meer op terug zou komen. En hij wist ook dat Summer gelijk had. Normaal gezien zou Sam niet zoveel haast hebben om weg te gaan. Integendeel zelfs, door zijn onbedwingbare nieuwsgierigheid was hij er meestal als de kippen bij om een raadsel op te lossen. Maar nu was het anders: Daphné had hem gewaarschuwd en dat deed ze niet zomaar. Haar stem had paniekerig geklonken en in haar geval wilde dat wat zeggen. Zelfs al zat Daphné in een kuil vol slangen, dan nog zou ze niet laten merken dat ze bang was.
‘Hebbes!’
Summer bukte zich achter iets dat in de virtuele wereld een vat olie moest voorstellen en kwam overeind met een oude aktetas. Het was een zwart model dat je meestal aan de hand van een zakenman zag. Summer hield de koffer aan zijn oor en schudde ermee.
‘Voorzichtig, meneer’, waarschuwde Sam met opgeheven handen. ‘Daphné, eh, mevrouw Wickman zei dat er iets mis mee was.’
Summer bestudeerde de koffer wat nauwkeuriger en bleef ermee schudden.
‘Niet zo angstig, meneer Smith. Ik zie niet in wat hier gevaarlijk aan zou kunnen zijn. Het is gewoon…’
Een oorverdovende knal deed de resterende woorden van Summers zin in rook opgaan.
woensdag 10 maart 2010
dinsdag 9 maart 2010
De Koffer - deel 2
‘Proficiat, meneer Smith, u bent dood’, zei een stem toonloos.
Sam kroop beschaamd uit de koker en liet zich op de grond vallen. Hij zag niet wie het had gezegd, maar hij zou de stem uit duizend herkennen. Rondom hem stonden nog steeds de gangsters waarmee hij strijd had geleverd. Enkele seconden geleden hadden ze hem naar het leven gestaan, nu stonden ze stokstijf stil. Zo was het een stuk gemakkelijker om van hen te winnen. Maar het spel was gedaan en Sam had verloren.
Hij voelde hoe er aan zijn helm werd geprutst. Iemand trok de gespen losser en verwijderde de helm van Sams hoofd. Sam knipperde met zijn ogen toen fel licht in zijn ogen scheen.
De ruimte waarin hij zich bevond, zag er plots helemaal anders uit. De koker waarin hij had gezeten was geen koker meer, maar gewoon een buis van kunststof. De deur die hij had ingebeukt, bleek niet meer dan een plaat te zijn. En alle gangsters van daarnet waren verdwenen. Er was nog slechts één persoon in de ruimte: meneer Summer. En die zag er niet bepaald gelukkig uit.
‘Sorry, meneer Summer’, zei Sam verlegen. ‘Ze waren met te veel.’
‘Ze waren inderdaad met veel’, sprak Summer streng. ‘Maar niet met té veel. Als u even uw verstand had gebruikt, had u hen wel de baas gekund.’
Sam had er net een oefenmissie opzitten in het gloednieuwe trainingscenter van De School. Hij had een koffer moeten bemachtigen die verstopt was in een zwaar bewaakte bunker. In die koffer zat belangrijke informatie over een gevaarlijke criminele bende. Sam was echter halverwege op een patrouille bewakers gestoten en de missie, die geruisloos had moeten verlopen, was in een vuurgevecht ontaard. Geen echt vuurgevecht natuurlijk, wel een virtueel. Door de helm die Sam op zijn hoofd had en het pak dat rond zijn lichaam zat, bevond hij zich in een driedimensionale wereld die was ontworpen door de wetenschappers van De School. Sam liep dus als het ware rond in een computerspel.
‘Ze hadden me ingesloten’, sprak Sam Summer tegen. ‘Ik kon onmogelijk ontsnappen.’
‘Correctie. U hebt uzelf laten insluiten’, zei Summer. ‘Wie gaat er nu in een koker zitten? U heeft het hen wel heel gemakkelijk gemaakt!’
Summer had gelijk en Sam wist het. Maar wat hij dan moeten doen?
‘Het was mijn laatste kans. Ze konden elk moment over de deur springen.’
‘Onzin’, zei Summer meteen. ‘Waarom hebt u niet aan uw extra middelen gedacht? Dát zijn uw laatste kansen!’
Sam kon zich wel voor het hoofd slaan. In zijn pak zaten verschillende snufjes die hij mocht gebruiken tijdens de missie. Rookbommen, gifpijltjes, granaten en andere handige hulpmiddelen. Maar doordat hij in die virtuele wereld zat, had hij daar niet aan gedacht. Hij was er zeker van dat hij dat in het echte leven wel zou doen. Hij wilde dat tegen Summer zeggen, maar het geluid van een mobiele telefoon verstoorde hun gesprek.
‘Waarom hebt u uw gsm bij?’ vroeg Summer. ‘Die hebt u toch niet nodig?’
‘Het is mijn gsm niet’, antwoordde Sam.
‘Waar komt dat geluid dan vandaan?’
‘Uit uw broekzak, meneer Summer’, gaf Sam voorzichtig aan.
Summer was zo met de oefening bezig geweest, dat hij zijn eigen beltoon niet herkende. Hij draaide zich weg van Sam, nam de telefoon uit zijn broekzak en beantwoordde de oproep.
‘Summer. Ja, mevrouw Wickman… Waarom belt u? In orde, ik geef hem.’
Summer draaide zich weer om en gaf de telefoon aan Sam.
‘Mevrouw Wickman voor u. Ik vraag me af waarom ze u niet belt op uw eigen nummer.’
‘Omdat ik mijn gsm niet bij me heb’, antwoordde Sam. Summer was er met zijn gedachten echt niet bij. ‘Ik had hem toch niet nodig.’
‘Juist, ja’, zei Summer en ging even zitten op iets dat waarschijnlijk een virtuele tafel moest voorstellen. Hij zag er moe uit, Sam vermoedde dat hij weer dag en nacht aan een zaak had zitten werken. De wallen onder zijn ogen deden denken aan goedgevulde boodschappentassen.
‘Dag Daphné’, zei Sam in de telefoon. Hij was blij dat ze belde, maar waarom deed ze dat via de telefoon van Summer? Ze wist toch dat die dat niet graag had? Een antwoord bleef niet lang uit.
‘Sam, je moet daar zo snel mogelijk weg!’ hijgde Daphné, alsof ze net een marathon had gelopen.
‘Wat bedoel je?’ vroeg Sam verbaasd.
‘De koffer! Er is iets mis met de koffer!’
Sam kroop beschaamd uit de koker en liet zich op de grond vallen. Hij zag niet wie het had gezegd, maar hij zou de stem uit duizend herkennen. Rondom hem stonden nog steeds de gangsters waarmee hij strijd had geleverd. Enkele seconden geleden hadden ze hem naar het leven gestaan, nu stonden ze stokstijf stil. Zo was het een stuk gemakkelijker om van hen te winnen. Maar het spel was gedaan en Sam had verloren.
Hij voelde hoe er aan zijn helm werd geprutst. Iemand trok de gespen losser en verwijderde de helm van Sams hoofd. Sam knipperde met zijn ogen toen fel licht in zijn ogen scheen.
De ruimte waarin hij zich bevond, zag er plots helemaal anders uit. De koker waarin hij had gezeten was geen koker meer, maar gewoon een buis van kunststof. De deur die hij had ingebeukt, bleek niet meer dan een plaat te zijn. En alle gangsters van daarnet waren verdwenen. Er was nog slechts één persoon in de ruimte: meneer Summer. En die zag er niet bepaald gelukkig uit.
‘Sorry, meneer Summer’, zei Sam verlegen. ‘Ze waren met te veel.’
‘Ze waren inderdaad met veel’, sprak Summer streng. ‘Maar niet met té veel. Als u even uw verstand had gebruikt, had u hen wel de baas gekund.’
Sam had er net een oefenmissie opzitten in het gloednieuwe trainingscenter van De School. Hij had een koffer moeten bemachtigen die verstopt was in een zwaar bewaakte bunker. In die koffer zat belangrijke informatie over een gevaarlijke criminele bende. Sam was echter halverwege op een patrouille bewakers gestoten en de missie, die geruisloos had moeten verlopen, was in een vuurgevecht ontaard. Geen echt vuurgevecht natuurlijk, wel een virtueel. Door de helm die Sam op zijn hoofd had en het pak dat rond zijn lichaam zat, bevond hij zich in een driedimensionale wereld die was ontworpen door de wetenschappers van De School. Sam liep dus als het ware rond in een computerspel.
‘Ze hadden me ingesloten’, sprak Sam Summer tegen. ‘Ik kon onmogelijk ontsnappen.’
‘Correctie. U hebt uzelf laten insluiten’, zei Summer. ‘Wie gaat er nu in een koker zitten? U heeft het hen wel heel gemakkelijk gemaakt!’
Summer had gelijk en Sam wist het. Maar wat hij dan moeten doen?
‘Het was mijn laatste kans. Ze konden elk moment over de deur springen.’
‘Onzin’, zei Summer meteen. ‘Waarom hebt u niet aan uw extra middelen gedacht? Dát zijn uw laatste kansen!’
Sam kon zich wel voor het hoofd slaan. In zijn pak zaten verschillende snufjes die hij mocht gebruiken tijdens de missie. Rookbommen, gifpijltjes, granaten en andere handige hulpmiddelen. Maar doordat hij in die virtuele wereld zat, had hij daar niet aan gedacht. Hij was er zeker van dat hij dat in het echte leven wel zou doen. Hij wilde dat tegen Summer zeggen, maar het geluid van een mobiele telefoon verstoorde hun gesprek.
‘Waarom hebt u uw gsm bij?’ vroeg Summer. ‘Die hebt u toch niet nodig?’
‘Het is mijn gsm niet’, antwoordde Sam.
‘Waar komt dat geluid dan vandaan?’
‘Uit uw broekzak, meneer Summer’, gaf Sam voorzichtig aan.
Summer was zo met de oefening bezig geweest, dat hij zijn eigen beltoon niet herkende. Hij draaide zich weg van Sam, nam de telefoon uit zijn broekzak en beantwoordde de oproep.
‘Summer. Ja, mevrouw Wickman… Waarom belt u? In orde, ik geef hem.’
Summer draaide zich weer om en gaf de telefoon aan Sam.
‘Mevrouw Wickman voor u. Ik vraag me af waarom ze u niet belt op uw eigen nummer.’
‘Omdat ik mijn gsm niet bij me heb’, antwoordde Sam. Summer was er met zijn gedachten echt niet bij. ‘Ik had hem toch niet nodig.’
‘Juist, ja’, zei Summer en ging even zitten op iets dat waarschijnlijk een virtuele tafel moest voorstellen. Hij zag er moe uit, Sam vermoedde dat hij weer dag en nacht aan een zaak had zitten werken. De wallen onder zijn ogen deden denken aan goedgevulde boodschappentassen.
‘Dag Daphné’, zei Sam in de telefoon. Hij was blij dat ze belde, maar waarom deed ze dat via de telefoon van Summer? Ze wist toch dat die dat niet graag had? Een antwoord bleef niet lang uit.
‘Sam, je moet daar zo snel mogelijk weg!’ hijgde Daphné, alsof ze net een marathon had gelopen.
‘Wat bedoel je?’ vroeg Sam verbaasd.
‘De koffer! Er is iets mis met de koffer!’
maandag 8 maart 2010
Kortverhalen
Vanaf vandaag komen enkele kortverhalen terug! Elke dag vind je het vervolg van een spannend verhaal.
We beginnen met De Koffer. Wat begint als een schijnbaar onschuldige oefening, wordt een hachelijke achtervolging...
Veel leesplezier!
We beginnen met De Koffer. Wat begint als een schijnbaar onschuldige oefening, wordt een hachelijke achtervolging...
Veel leesplezier!
De Koffer - deel 1
Ze waren overal. Als mieren krioelden ze om hem heen. Sam wilde hen vernietigen, vermorzelen, maar hij kon het niet. Deze mieren waren tot de tanden bewapend en bestookten hem onophoudelijk. Elke keer een schot raak trof, zag hij de mannen rondom hem grijnzen. Ze wisten dat ze hem in het nauw gedreven hadden. Langzaam voelde Sam zijn krachten afnemen.
Koortsachtig zocht hij naar een uitweg uit het vervallen huis. Rechts van hem hing een deur half uit haar hengsels. Hij kon er doorheen springen en zich erachter verschuilen. Maar wie of wat bevond zich erachter? Geen tijd om ook daarover na te denken, de kogels floten om zijn oren. Sam zette zich in beweging en beukte met zijn schouder tegen de deur. Die stortte neer en gaf hem beschutting.
Dacht hij. Een kogel die zich dwars door de deur boorde en langs Sams oor suisde, deed hem van mening veranderen. Hij rolde opzij en ging met zijn rug tegen de muur zitten. Zijn ademhaling ging zo snel dat de lucht nauwelijks nog zijn longen bereikte. Zodra er een beetje zuurstof binnen was, werd die al weer uitgeblazen.
Hoe was het mogelijk dat hij zich zo had laten vangen? Hij was met zijn ogen open in de val gelopen. Summer had hem nog gewaarschuwd niemand te vertrouwen. Maar de hulpeloze man in de rolstoel had zo’n smekende blik gehad, dat Sam niet had kunnen weigeren hem te helpen. Kon hij weten dat er onder dat deken een pistool verstopt zat.
Niet meer aan denken. Als hij een ding geleerd had op De School was het wel dat je niet mocht stilstaan bij het verleden. Zeker niet als de operatie nog bezig was, zoals nu. Je moest verder gaan, het hoofd bieden aan nieuwe gevaren. En die waren er genoeg op dit moment. Een hoop gangsters die hem overhoop wilden schieten, om er maar één op te noemen.
Sam stak zijn arm door het gat naast hem en vuurde lukraak enkele schoten af. Hij had er geen idee van of hij iets had geraakt. Hij besefte dat hij een tactiek moest verzinnen. Maar verder dan ‘alle vijanden uitschakelen’ kwam hij niet. Op zich was het wel een goede tactiek, maar veel gemakkelijker gezegd dan gedaan.
Plots zag Sam naast zich iets bewegen. Het ventilatierooster viel naar beneden en een gedaante met een zwarte muts op wrong zich door de ventilatiekoker. Sam vuurde twee keer en de man viel levenloos naar beneden. Weer een minder, maar hoeveel nog te gaan?
Sam bekeek de koker nauwkeuriger. De man had hem op een idee gebracht. Ze wilden hem verrassen, maar wat als Sam zijn tegenstanders nu eens op dezelfde manier verraste? Hij moest snel handelen, het zou niet lang meer duren voor ze door het deurgat kwamen gestormd. Om zichzelf extra seconden te gunnen, vuurde hij nog een keer door het deurgat. Daarna nam hij een aanloop en sprong naar de ventilatiekoker. Hij klauterde erin en wilde snel verder kruipen, maar de buis was smaller dan hij gedacht had. Met zijn ellebogen wrong hij zich door de smalle tunnel. Enkele meters voor hem boog de schacht af naar rechts. Op de hoek zag hij een opening waar een afgebroken rooster voor lag. Langs daar was de man dus gekomen. Langs daar zou Sam ook gaan.
Met zijn pistool in de aanslag schoof Sam verder naar de opening. Hij moest snel en precies vuren, hen geen kans geven om terug te schieten. Een stemmetje in zijn hoofd zei hem dat hij niet wist met hoeveel ze in de kamer waren, maar Sam negeerde het. Als hij daar naar zou luisteren, zou hij helemaal verlamd raken van angst. En daar had hij ook niets aan.
Sam haalde diep adem. Nu zou het erop aankomen, alles of niets. Met een krachtige beweging wierp hij zich naar voor, zodat hij met zijn hoofd en zijn armen uit de buis kwam hangen. In een seconde probeerde hij de situatie in te schatten.
Die was op zijn zachtst gezegd niet erg gunstig. Zijn vijanden stonden hem grijnzend op te wachten, hun geweren klaar om hem af te maken. In paniek begon Sam in het wilde weg te vuren, de mannen onder hem deden hetzelfde, maar dan ijzig kalm. Ze misten hun doel niet, Sam voelde hun schoten in zijn lichaam dringen en zijn krachten achteruitgaan. Hij werd misselijk en probeerde achteruit te kruipen. Het lukte. Ze konden hem niet meer raken. Maar ze wisten waar hij zat en dat was als een rat in de val.
Hij wist dat het met hem gedaan was. Hij kon nauwelijks nog vooruit of achteruit. Hij was stom geweest en dat moest hij nu bekopen. Sam dacht aan mensen die hij had teleurgesteld. Ze zouden kwaad zijn op hem.
Sam zag niet hoe een gezicht verscheen in de opening achter hem, snel gevolgd door de loop van een pistool. Een donderend salvo van schoten verloste Sam uit zijn lijden. Hij was eraan, koudweg afgemaakt…
Koortsachtig zocht hij naar een uitweg uit het vervallen huis. Rechts van hem hing een deur half uit haar hengsels. Hij kon er doorheen springen en zich erachter verschuilen. Maar wie of wat bevond zich erachter? Geen tijd om ook daarover na te denken, de kogels floten om zijn oren. Sam zette zich in beweging en beukte met zijn schouder tegen de deur. Die stortte neer en gaf hem beschutting.
Dacht hij. Een kogel die zich dwars door de deur boorde en langs Sams oor suisde, deed hem van mening veranderen. Hij rolde opzij en ging met zijn rug tegen de muur zitten. Zijn ademhaling ging zo snel dat de lucht nauwelijks nog zijn longen bereikte. Zodra er een beetje zuurstof binnen was, werd die al weer uitgeblazen.
Hoe was het mogelijk dat hij zich zo had laten vangen? Hij was met zijn ogen open in de val gelopen. Summer had hem nog gewaarschuwd niemand te vertrouwen. Maar de hulpeloze man in de rolstoel had zo’n smekende blik gehad, dat Sam niet had kunnen weigeren hem te helpen. Kon hij weten dat er onder dat deken een pistool verstopt zat.
Niet meer aan denken. Als hij een ding geleerd had op De School was het wel dat je niet mocht stilstaan bij het verleden. Zeker niet als de operatie nog bezig was, zoals nu. Je moest verder gaan, het hoofd bieden aan nieuwe gevaren. En die waren er genoeg op dit moment. Een hoop gangsters die hem overhoop wilden schieten, om er maar één op te noemen.
Sam stak zijn arm door het gat naast hem en vuurde lukraak enkele schoten af. Hij had er geen idee van of hij iets had geraakt. Hij besefte dat hij een tactiek moest verzinnen. Maar verder dan ‘alle vijanden uitschakelen’ kwam hij niet. Op zich was het wel een goede tactiek, maar veel gemakkelijker gezegd dan gedaan.
Plots zag Sam naast zich iets bewegen. Het ventilatierooster viel naar beneden en een gedaante met een zwarte muts op wrong zich door de ventilatiekoker. Sam vuurde twee keer en de man viel levenloos naar beneden. Weer een minder, maar hoeveel nog te gaan?
Sam bekeek de koker nauwkeuriger. De man had hem op een idee gebracht. Ze wilden hem verrassen, maar wat als Sam zijn tegenstanders nu eens op dezelfde manier verraste? Hij moest snel handelen, het zou niet lang meer duren voor ze door het deurgat kwamen gestormd. Om zichzelf extra seconden te gunnen, vuurde hij nog een keer door het deurgat. Daarna nam hij een aanloop en sprong naar de ventilatiekoker. Hij klauterde erin en wilde snel verder kruipen, maar de buis was smaller dan hij gedacht had. Met zijn ellebogen wrong hij zich door de smalle tunnel. Enkele meters voor hem boog de schacht af naar rechts. Op de hoek zag hij een opening waar een afgebroken rooster voor lag. Langs daar was de man dus gekomen. Langs daar zou Sam ook gaan.
Met zijn pistool in de aanslag schoof Sam verder naar de opening. Hij moest snel en precies vuren, hen geen kans geven om terug te schieten. Een stemmetje in zijn hoofd zei hem dat hij niet wist met hoeveel ze in de kamer waren, maar Sam negeerde het. Als hij daar naar zou luisteren, zou hij helemaal verlamd raken van angst. En daar had hij ook niets aan.
Sam haalde diep adem. Nu zou het erop aankomen, alles of niets. Met een krachtige beweging wierp hij zich naar voor, zodat hij met zijn hoofd en zijn armen uit de buis kwam hangen. In een seconde probeerde hij de situatie in te schatten.
Die was op zijn zachtst gezegd niet erg gunstig. Zijn vijanden stonden hem grijnzend op te wachten, hun geweren klaar om hem af te maken. In paniek begon Sam in het wilde weg te vuren, de mannen onder hem deden hetzelfde, maar dan ijzig kalm. Ze misten hun doel niet, Sam voelde hun schoten in zijn lichaam dringen en zijn krachten achteruitgaan. Hij werd misselijk en probeerde achteruit te kruipen. Het lukte. Ze konden hem niet meer raken. Maar ze wisten waar hij zat en dat was als een rat in de val.
Hij wist dat het met hem gedaan was. Hij kon nauwelijks nog vooruit of achteruit. Hij was stom geweest en dat moest hij nu bekopen. Sam dacht aan mensen die hij had teleurgesteld. Ze zouden kwaad zijn op hem.
Sam zag niet hoe een gezicht verscheen in de opening achter hem, snel gevolgd door de loop van een pistool. Een donderend salvo van schoten verloste Sam uit zijn lijden. Hij was eraan, koudweg afgemaakt…
zondag 7 maart 2010
Schrijftips
Wie mee wil doen aan de wedstrijd kan best wat tips gebruiken. Hieronder zet ik ze allemaal op een rijtje. Succes!
10 tips om verhalen te schrijven.
Hoe beginnen?
Een verhaal schrijven is niet gemakkelijk, tenzij je voorbereid bent. Wie achter zijn computer gaat zitten en naar een leeg blad staart in de hoop dat er inspiratie komt, is er snel aan voor de moeite.
Inspiratie komt niet op bestelling. Voor je aan het verhaal begint, laat je het nog even los. Ga iets anders doen: koken, voetballen, computer spelen, fietsen, slapen, in de tuin dansen met een emmer op je hoofd, ... En hou in je achterhoofd dat je een verhaal zoekt. En je zal zien: plots komt er een idee. Stiekem, sluipend, kruipend, door je oren, naar je geest. En dan kan je beginnen. Hoe? Lees de volgende tip!
Het verhaal
Je hebt een idee? Mooi zo! Dan beginnen we aan het verhaal.
Een verhaal is een beetje zoals een bouwdoos van Knexx of een kast van Ikea. Je hebt allerlei stukjes die in elkaar passen, maar zonder plan red je het niet.
Voor je begint te schrijven moet je een verhaal hebben, een scenario. Anders is de kans groot dat je verhaal maar een halve bladzijde duurt. En dat is veel te kort (tenzij je niet van lange verhalen houdt natuurlijk!). Voor de meeste verhalen geldt een eenvoudige structuur: begin-midden-einde. Pas die ook toe op je verhaal.
Een (weliswaar absurd) voorbeeld:
Beginsituatie: Een jongen kookt een eitje voor zijn moeder.
Midden: De bel gaat, de jongen vergeet het ei en gaat opendoen, zijn vriendje komt spelen, ze spurten de tuin in en spelen baseball.
Einde: De keuken ontploft, het eitje springt uit de pan en komt terecht in de baseballhandschoen van de jongen.
Personages
Een verhaal heeft mensen nodig (een feestje zonder volk is immers ook niet plezant).
Verzin een aantal namen en schrijf die op een blad. Probeer dan eens te denken aan mensen die je kent. Wat zijn hun eigenschappen? Hoe zien ze eruit? Zeggen ze soms dezelfde dingen? Doen ze soms grappige of speciale dingen?
Gebruik alles wat je kan bedenken en schrijf het bij de namen. Zo krijg je verschillende personages met elk zijn eigenschappen. Zorg ervoor dat die eigenschappen ook duidelijk worden in wat ze doen en zeggen.
TIP: Maak bij elk personage één eigenschap groter dan de andere. Op die manier zijn alle personages een beetje anders en zijn ze herkenbaar voor de lezer.
Goed nieuws is geen nieuws
De meeste verhalen lopen goed af. Gelukkig maar, er is immers al genoeg ellende in de wereld! Maar dat wil niet zeggen dat heel je verhaal een goed nieuws-show moet zijn. Probeer je personages af en toe iets vervelends te laten meemaken. Het moet niet altijd gemakkelijk zijn. Door er lastige momenten in te stoppen, zullen de lezers nog harder meeleven met het personage. En nog harder meejuichen als hij op het einde toch zegeviert.
Locaties
De locatie van het verhaal is in dit geval een beetje speciaal. Normaal zou ik zeggen: in een verhaal is alles mogelijk, personages kunnen overal naartoe. Fantasie kent geen grenzen.
Maar: dit geval is anders. We zijn van plan om van het verhaal een kortfilm te maken, dus moeten we daar nu al aan denken. Een kortfilm heeft best niet te veel locaties. Probeer dus een verhaal te verzinnen waar slechts enkele plaatsen in voorkomen.
Het weer en andere omstandigheden
Een verhaal is niet enkel de acties die mensen doen. Een verhaal is meer. De invloed van de omstandigheden is heel groot. En het leuke is dat je zelf de schrijver bent, dus je kunt een beetje God spelen en alles laten gebeuren wat je wilt. Met enkele voorbeelden wordt het meteen duidelijk.
Je vindt je verhaal niet spannend genoeg? Laat het eens stormen, donderen en bliksemen. Alles wordt meteen al wat spannender. Een donker bos is bijvoorbeeld ook veel angstaanjagender dan een barbecue in een zonnige tuin.
Heb je het graag romantisch? Zet je personages dan bij het haardvuur, zorg voor kaarsjes en laat de regen zachtjes op het raam tikken.
Humor
Een persoonlijke tip. De andere zijn dat natuurlijk ook, maar deze toch nog net iets meer: er mag al eens gelachen worden. Een boek met humor blijft mensen bij. Niet dat je hele verhaal per sé vol grollen en grappen moet staan, maar hier en daar een grapje kan nooit kwaad!
Lees je verhaal luidop
Je vindt dat je helemaal klaar bent? Dat zullen we nog eens zien! Lees je verhaal luidop voor. Je zult meteen merken aan welke zinnen iets schort en welke goed zijn.
Wel goed nieuws voor de deelnemers aan de Ketnetwedstrijd: het gaat vooral om het verhaal. Het is niet zo erg als het niet perfect geschreven is. Maar hoe vlotter een tekst, hoe beter het verhaal overkomt.
Zeg je zelf wat ze zeggen?
Als je de personages iets laat zeggen, controleer dan ook of iemand echt zoiets zou zeggen. Luidop lezen helpt altijd.
Mensen praten meestal niet in ellenlange zinnen, dus hou het kort en krachtig.
'Doordat een oneffenheid in de weg mijn evenwicht deed verdwijnen, kwam ik onzacht in aanraking met het steengruis', zei Sam.
Of: 'Ik struikelde en viel op de grond', zei Sam.
Kies zelf maar wat je het beste vindt!
Klaar
Je hebt een verhaal dat spannend is tot op het einde? Met personages die herkenbaar en tegelijk een beetje gestoord zijn? Op een locatie die je kippenvel bezorgt? En je hebt er zelfs hier en daar een grapje in verwerkt?
Uitstekend! Dan heb ik geen tips meer voor jullie, buiten deze misschien: jullie zijn klaar om het verhaal in te sturen.
Veel succes!
10 tips om verhalen te schrijven.
Hoe beginnen?
Een verhaal schrijven is niet gemakkelijk, tenzij je voorbereid bent. Wie achter zijn computer gaat zitten en naar een leeg blad staart in de hoop dat er inspiratie komt, is er snel aan voor de moeite.
Inspiratie komt niet op bestelling. Voor je aan het verhaal begint, laat je het nog even los. Ga iets anders doen: koken, voetballen, computer spelen, fietsen, slapen, in de tuin dansen met een emmer op je hoofd, ... En hou in je achterhoofd dat je een verhaal zoekt. En je zal zien: plots komt er een idee. Stiekem, sluipend, kruipend, door je oren, naar je geest. En dan kan je beginnen. Hoe? Lees de volgende tip!
Het verhaal
Je hebt een idee? Mooi zo! Dan beginnen we aan het verhaal.
Een verhaal is een beetje zoals een bouwdoos van Knexx of een kast van Ikea. Je hebt allerlei stukjes die in elkaar passen, maar zonder plan red je het niet.
Voor je begint te schrijven moet je een verhaal hebben, een scenario. Anders is de kans groot dat je verhaal maar een halve bladzijde duurt. En dat is veel te kort (tenzij je niet van lange verhalen houdt natuurlijk!). Voor de meeste verhalen geldt een eenvoudige structuur: begin-midden-einde. Pas die ook toe op je verhaal.
Een (weliswaar absurd) voorbeeld:
Beginsituatie: Een jongen kookt een eitje voor zijn moeder.
Midden: De bel gaat, de jongen vergeet het ei en gaat opendoen, zijn vriendje komt spelen, ze spurten de tuin in en spelen baseball.
Einde: De keuken ontploft, het eitje springt uit de pan en komt terecht in de baseballhandschoen van de jongen.
Personages
Een verhaal heeft mensen nodig (een feestje zonder volk is immers ook niet plezant).
Verzin een aantal namen en schrijf die op een blad. Probeer dan eens te denken aan mensen die je kent. Wat zijn hun eigenschappen? Hoe zien ze eruit? Zeggen ze soms dezelfde dingen? Doen ze soms grappige of speciale dingen?
Gebruik alles wat je kan bedenken en schrijf het bij de namen. Zo krijg je verschillende personages met elk zijn eigenschappen. Zorg ervoor dat die eigenschappen ook duidelijk worden in wat ze doen en zeggen.
TIP: Maak bij elk personage één eigenschap groter dan de andere. Op die manier zijn alle personages een beetje anders en zijn ze herkenbaar voor de lezer.
Goed nieuws is geen nieuws
De meeste verhalen lopen goed af. Gelukkig maar, er is immers al genoeg ellende in de wereld! Maar dat wil niet zeggen dat heel je verhaal een goed nieuws-show moet zijn. Probeer je personages af en toe iets vervelends te laten meemaken. Het moet niet altijd gemakkelijk zijn. Door er lastige momenten in te stoppen, zullen de lezers nog harder meeleven met het personage. En nog harder meejuichen als hij op het einde toch zegeviert.
Locaties
De locatie van het verhaal is in dit geval een beetje speciaal. Normaal zou ik zeggen: in een verhaal is alles mogelijk, personages kunnen overal naartoe. Fantasie kent geen grenzen.
Maar: dit geval is anders. We zijn van plan om van het verhaal een kortfilm te maken, dus moeten we daar nu al aan denken. Een kortfilm heeft best niet te veel locaties. Probeer dus een verhaal te verzinnen waar slechts enkele plaatsen in voorkomen.
Het weer en andere omstandigheden
Een verhaal is niet enkel de acties die mensen doen. Een verhaal is meer. De invloed van de omstandigheden is heel groot. En het leuke is dat je zelf de schrijver bent, dus je kunt een beetje God spelen en alles laten gebeuren wat je wilt. Met enkele voorbeelden wordt het meteen duidelijk.
Je vindt je verhaal niet spannend genoeg? Laat het eens stormen, donderen en bliksemen. Alles wordt meteen al wat spannender. Een donker bos is bijvoorbeeld ook veel angstaanjagender dan een barbecue in een zonnige tuin.
Heb je het graag romantisch? Zet je personages dan bij het haardvuur, zorg voor kaarsjes en laat de regen zachtjes op het raam tikken.
Humor
Een persoonlijke tip. De andere zijn dat natuurlijk ook, maar deze toch nog net iets meer: er mag al eens gelachen worden. Een boek met humor blijft mensen bij. Niet dat je hele verhaal per sé vol grollen en grappen moet staan, maar hier en daar een grapje kan nooit kwaad!
Lees je verhaal luidop
Je vindt dat je helemaal klaar bent? Dat zullen we nog eens zien! Lees je verhaal luidop voor. Je zult meteen merken aan welke zinnen iets schort en welke goed zijn.
Wel goed nieuws voor de deelnemers aan de Ketnetwedstrijd: het gaat vooral om het verhaal. Het is niet zo erg als het niet perfect geschreven is. Maar hoe vlotter een tekst, hoe beter het verhaal overkomt.
Zeg je zelf wat ze zeggen?
Als je de personages iets laat zeggen, controleer dan ook of iemand echt zoiets zou zeggen. Luidop lezen helpt altijd.
Mensen praten meestal niet in ellenlange zinnen, dus hou het kort en krachtig.
'Doordat een oneffenheid in de weg mijn evenwicht deed verdwijnen, kwam ik onzacht in aanraking met het steengruis', zei Sam.
Of: 'Ik struikelde en viel op de grond', zei Sam.
Kies zelf maar wat je het beste vindt!
Klaar
Je hebt een verhaal dat spannend is tot op het einde? Met personages die herkenbaar en tegelijk een beetje gestoord zijn? Op een locatie die je kippenvel bezorgt? En je hebt er zelfs hier en daar een grapje in verwerkt?
Uitstekend! Dan heb ik geen tips meer voor jullie, buiten deze misschien: jullie zijn klaar om het verhaal in te sturen.
Veel succes!
vrijdag 5 maart 2010
De eerste filmpjes!
De eerste filmpjes zijn er!
Hier vind je de oproeptrailer:
http://www.youtube.com/watch?v=Z-U-Nlf9qVk
En hier vind je het filmpje van Karrewiet (vanaf 3'54'', na het zielige hondje :-)):
http://www.ketnet.be/node/242867
Veel plezier!
Hier vind je de oproeptrailer:
http://www.youtube.com/watch?v=Z-U-Nlf9qVk
En hier vind je het filmpje van Karrewiet (vanaf 3'54'', na het zielige hondje :-)):
http://www.ketnet.be/node/242867
Veel plezier!
donderdag 4 maart 2010
Foto's Ketnet maakt een film
Woensdag werd de oproepspot opgenomen voor Ketnet maakt een film. Vanaf vrijdag te zien op Ketnet. Een paar foto's!
Met Ketnetwrapper Peter
De rode loper voor de première
Abonneren op:
Posts (Atom)