woensdag 10 maart 2010

De Koffer - deel 3

Het volgende moment zweeg Daphné als vermoord. Of het contact was weggevallen. Een nadere studie van de gsm van Summer leerde Sam dat het optie nummer twee was.
‘Verdorie, platte batterij’, vloekte Sam.
‘Wat? Dat kan niet!’ reageerde Summer vol ongeloof.
‘Echt’, zei Sam en hij toonde de gsm.
Summer nam de gsm uit Sams handen en probeerde hem weer aan te zetten. Zonder succes. Driftig drukte hij op de knoppen, maar er gebeurde niets.
‘Verdomme!’ riep hij en hij zwierde het toestel door de kamer. De gsm spatte uiteen tegen een muur. Hij had zijn dienstweigering met zijn leven moeten bekopen.
‘Wat zei mevrouw Wickman?’ vroeg Summer.
Plots was hij weer helemaal de oude. Een geheim agent moet altijd voorbereid zijn en dat was Summer niet geweest, want hij was op een cruciaal moment de controle over zijn telefoon kwijtgeraakt. En ook al kon dat iedereen overkomen, Sam wist dat Summer dat zichzelf kwalijk zou nemen. Zijn vermoeidheid was op slag verdwenen, Summer was klaar om zijn foutje goed te maken.
‘Ze zei dat we hier zo snel mogelijk weg moeten’, antwoordde Sam. ‘Er is iets mis met de koffer.’
‘Welke koffer?’ vroeg Summer en zijn blik kamde de omgeving uit, op zoek naar wat voor koffer dan ook.
‘Dat weet ik niet’, zei Sam. ‘Toen viel ze weg.’
Summer legde zijn handen op zijn rug en ijsbeerde in het rond. Sam wist dat hij op enkele seconden alle mogelijkheden overwoog en dat hij er snel de naar zijn mening beste optie zou uitkiezen. Twijfelen doen alleen zwakkelingen, had president-directeur-generaal Autumn wel eens gezegd, maar dat was gemakkelijker gezegd dan gedaan. Sam vroeg zich af of hij ooit zou kunnen wat Summer kon. Natuurlijk kon Summer op net iets meer ervaring bogen dan Sam zelf.
‘We moeten die koffer vinden’, zei Summer en hij keek Sam recht in de ogen. Zijn blik was vastberaden en Sam wist dat er niets tegen in te brengen zou zijn. Hij probeerde toch.
‘Maar Daphné zei net dat we hier zo snel mogelijk weg moesten!’
‘Dat weet ik’, knikte Summer kalm.
‘Wel? Moeten we ons dan niet naar buiten begeven?’
Summer schudde zijn hoofd.
‘Dan verliezen we de controle over de zaak en dat wilt u toch niet? Als wij hier weg zijn, wie weet wat er dan gebeurt!’
‘Dan ontploffen we misschien. Dat zou ik inderdaad niet graag missen’, mompelde Sam, net luid genoeg.
‘Het spijt me, meneer Smith, maar we mogen niet alleen aan onszelf denken. Er zijn nog mensen in dit gebouw. Het is onze taak hen te beschermen.’
‘Hoe dan?’ vroeg Sam.
‘Daar kan ik u voorlopig niet verder mee helpen. Dat weet ik zelf nog niet.’
Summer begon door de ruimte te wandelen, zijn ogen kamden alle hoeken uit. Sam stapte achter hem aan.
‘Maar er is bijna niemand meer in het gebouw’, probeerde Sam nog. ‘De meeste mensen zijn al naar huis.’
Summer antwoordde niet meer en bleef voortstappen. Sam wist dat Summer zijn beslissing had genomen en dat hij er niet meer op terug zou komen. En hij wist ook dat Summer gelijk had. Normaal gezien zou Sam niet zoveel haast hebben om weg te gaan. Integendeel zelfs, door zijn onbedwingbare nieuwsgierigheid was hij er meestal als de kippen bij om een raadsel op te lossen. Maar nu was het anders: Daphné had hem gewaarschuwd en dat deed ze niet zomaar. Haar stem had paniekerig geklonken en in haar geval wilde dat wat zeggen. Zelfs al zat Daphné in een kuil vol slangen, dan nog zou ze niet laten merken dat ze bang was.
‘Hebbes!’
Summer bukte zich achter iets dat in de virtuele wereld een vat olie moest voorstellen en kwam overeind met een oude aktetas. Het was een zwart model dat je meestal aan de hand van een zakenman zag. Summer hield de koffer aan zijn oor en schudde ermee.
‘Voorzichtig, meneer’, waarschuwde Sam met opgeheven handen. ‘Daphné, eh, mevrouw Wickman zei dat er iets mis mee was.’
Summer bestudeerde de koffer wat nauwkeuriger en bleef ermee schudden.
‘Niet zo angstig, meneer Smith. Ik zie niet in wat hier gevaarlijk aan zou kunnen zijn. Het is gewoon…’
Een oorverdovende knal deed de resterende woorden van Summers zin in rook opgaan.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen