dinsdag 9 maart 2010

De Koffer - deel 2

‘Proficiat, meneer Smith, u bent dood’, zei een stem toonloos.
Sam kroop beschaamd uit de koker en liet zich op de grond vallen. Hij zag niet wie het had gezegd, maar hij zou de stem uit duizend herkennen. Rondom hem stonden nog steeds de gangsters waarmee hij strijd had geleverd. Enkele seconden geleden hadden ze hem naar het leven gestaan, nu stonden ze stokstijf stil. Zo was het een stuk gemakkelijker om van hen te winnen. Maar het spel was gedaan en Sam had verloren.
Hij voelde hoe er aan zijn helm werd geprutst. Iemand trok de gespen losser en verwijderde de helm van Sams hoofd. Sam knipperde met zijn ogen toen fel licht in zijn ogen scheen.
De ruimte waarin hij zich bevond, zag er plots helemaal anders uit. De koker waarin hij had gezeten was geen koker meer, maar gewoon een buis van kunststof. De deur die hij had ingebeukt, bleek niet meer dan een plaat te zijn. En alle gangsters van daarnet waren verdwenen. Er was nog slechts één persoon in de ruimte: meneer Summer. En die zag er niet bepaald gelukkig uit.
‘Sorry, meneer Summer’, zei Sam verlegen. ‘Ze waren met te veel.’
‘Ze waren inderdaad met veel’, sprak Summer streng. ‘Maar niet met té veel. Als u even uw verstand had gebruikt, had u hen wel de baas gekund.’
Sam had er net een oefenmissie opzitten in het gloednieuwe trainingscenter van De School. Hij had een koffer moeten bemachtigen die verstopt was in een zwaar bewaakte bunker. In die koffer zat belangrijke informatie over een gevaarlijke criminele bende. Sam was echter halverwege op een patrouille bewakers gestoten en de missie, die geruisloos had moeten verlopen, was in een vuurgevecht ontaard. Geen echt vuurgevecht natuurlijk, wel een virtueel. Door de helm die Sam op zijn hoofd had en het pak dat rond zijn lichaam zat, bevond hij zich in een driedimensionale wereld die was ontworpen door de wetenschappers van De School. Sam liep dus als het ware rond in een computerspel.
‘Ze hadden me ingesloten’, sprak Sam Summer tegen. ‘Ik kon onmogelijk ontsnappen.’
‘Correctie. U hebt uzelf laten insluiten’, zei Summer. ‘Wie gaat er nu in een koker zitten? U heeft het hen wel heel gemakkelijk gemaakt!’
Summer had gelijk en Sam wist het. Maar wat hij dan moeten doen?
‘Het was mijn laatste kans. Ze konden elk moment over de deur springen.’
‘Onzin’, zei Summer meteen. ‘Waarom hebt u niet aan uw extra middelen gedacht? Dát zijn uw laatste kansen!’
Sam kon zich wel voor het hoofd slaan. In zijn pak zaten verschillende snufjes die hij mocht gebruiken tijdens de missie. Rookbommen, gifpijltjes, granaten en andere handige hulpmiddelen. Maar doordat hij in die virtuele wereld zat, had hij daar niet aan gedacht. Hij was er zeker van dat hij dat in het echte leven wel zou doen. Hij wilde dat tegen Summer zeggen, maar het geluid van een mobiele telefoon verstoorde hun gesprek.
‘Waarom hebt u uw gsm bij?’ vroeg Summer. ‘Die hebt u toch niet nodig?’
‘Het is mijn gsm niet’, antwoordde Sam.
‘Waar komt dat geluid dan vandaan?’
‘Uit uw broekzak, meneer Summer’, gaf Sam voorzichtig aan.
Summer was zo met de oefening bezig geweest, dat hij zijn eigen beltoon niet herkende. Hij draaide zich weg van Sam, nam de telefoon uit zijn broekzak en beantwoordde de oproep.
‘Summer. Ja, mevrouw Wickman… Waarom belt u? In orde, ik geef hem.’
Summer draaide zich weer om en gaf de telefoon aan Sam.
‘Mevrouw Wickman voor u. Ik vraag me af waarom ze u niet belt op uw eigen nummer.’
‘Omdat ik mijn gsm niet bij me heb’, antwoordde Sam. Summer was er met zijn gedachten echt niet bij. ‘Ik had hem toch niet nodig.’
‘Juist, ja’, zei Summer en ging even zitten op iets dat waarschijnlijk een virtuele tafel moest voorstellen. Hij zag er moe uit, Sam vermoedde dat hij weer dag en nacht aan een zaak had zitten werken. De wallen onder zijn ogen deden denken aan goedgevulde boodschappentassen.
‘Dag Daphné’, zei Sam in de telefoon. Hij was blij dat ze belde, maar waarom deed ze dat via de telefoon van Summer? Ze wist toch dat die dat niet graag had? Een antwoord bleef niet lang uit.
‘Sam, je moet daar zo snel mogelijk weg!’ hijgde Daphné, alsof ze net een marathon had gelopen.
‘Wat bedoel je?’ vroeg Sam verbaasd.
‘De koffer! Er is iets mis met de koffer!’

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen