vrijdag 12 maart 2010

De Koffer - deel 4

Sams oren suisden terwijl het gruis op zijn hoofd viel. Hij begon te kuchen en wilde de rook wegslaan met zijn handen, maar al snel kwam hij tot de constatering dat er helemaal geen rook was. Ook het gruis dat uit het plafond kwam gevallen, was niet meer dan wat stof dat hij snel van zich afschudde. Een klein gat in het plafond verraadde waar het gruis vandaan kwam.
Bij het horen van de knal had Sam zich automatisch een gigantische ontploffing voorgesteld. Hij was er onmiddellijk vanuit gegaan dat de koffer ontploft was. Maar Summer hield de aktetas nog steeds in zijn handen. De knal had hem nauwelijks afgeleid van zijn onderzoek. Het was niet meer dan een vervelende vlieg geweest die hem had gestoord bij zijn bezigheden. Sam vroeg zich af wat Summer al niet allemaal moest hebben meegemaakt als hij bij zo’n knal zo rustig bij bleef.
Hij had de koffer intussen geopend en doorzocht de inhoud. Met snelle bewegingen gooide hij er pennen, papier, een rekentoestel en wat zakdoekjes uit. Sam schudde even met zijn hoofd en concentreerde zich dan weer op de feiten. Als toekomstig geheim agent mocht hij zich niet te veel laten afleiden door zijn gedachten.
‘Hebt u al iets gevonden, meneer?’
Summer schudde zijn hoofd.
‘Nauwelijks. Alleen de dingen die je altijd vindt in zulke koffers.’
Hij kieperde de hele inhoud op de grond. Sam zocht tussen de rommel naar aanwijzingen, maar kon niets ontdekken.
‘Waarom zei Daphné dan dat er iets mis mee was?’ vroeg hij zich mompelend af.
Summer haalde zijn schouders op.
‘Hier zit in elk geval niets gevaarlijks in. Bent u zeker dat mevrouw Wickman het over een koffer had?’
Sam knikte. ‘Heel zeker. We moesten zo snel mogelijk weg omdat er iets mis was met de koffer.’
Hij probeerde na te denken. Het korte telefoongesprek met Daphné speelde zich af in zijn hoofd, maar er was niets dat hij over het hoofd zag. Ze had het duidelijk over de koffer gehad.
‘Misschien bedoelde ze dat de koffer zelf gevaarlijk was en niet de inhoud van de koffer’, opperde Sam.
Summer liet zijn hand over de buitenkant van de koffer glijden. Hier en daar klopte hij er zachtjes op met zijn vuist.
‘Mogelijk’, zei hij na een tijdje. ‘Maar ik merk in elk geval niets ongewoons aan deze koffer. Hij heeft op het eerste zicht geen valse bodems en ook het materiaal lijkt me onschadelijk. Ik heb er dan ook hoegenaamd geen idee van waarom we hier schrik van zouden moeten hebben.’
‘We kunnen hem laten onderzoeken door het labo?’ probeerde Sam.
‘Die hebben wel betere dingen te doen’, ketste Summer zijn voorstel af. ‘Volgens mij heeft uw vriendin zich wat ingebeeld. Als mijn gsm niet was uitgevallen, had ze vast kunnen uitleggen wat ze bedoelde. U zult zien dat het allemaal veel gedoe om niets is.’
Sam begreep waarom Summer zo reageerde, maar kon zich toch niet vinden in die uitleg. Summer stelde het te simpel voor. Daphné had op Summers gsm gebeld. Dat zou ze nooit doen als het geen noodgeval was. Sam kende haar na al die jaren al net iets te goed om haar waarschuwing zomaar te negeren.
‘Dat denk ik niet’, sprak Sam. ‘Ik denk dat er alleszins íéts aan de hand is. Ik wil niet moeilijk doen, maar volgens mij springen de meeste plafonds niet zomaar stuk. En anders zitten we met een verdomd groot nest termieten. Waanzinnig luide termieten dan ook nog.’
Summer keek even verbaasd naar zijn pupil, maar dan verscheen er een glimlach op zijn gezicht. Hij had graag dat geheim agenten in opleiding verder konden denken en hun mening durfden zeggen.
‘U hebt gelijk, meneer Smith. We zullen eerst de ontploffing onderzoeken, daarna zien we wel wat er met die koffer aan de hand is.’
Zonder op een antwoord te wachten beende Sumer met de koffer in zijn hand in de richting van de uitgang. Sam volgde hem op de voet. Net achter de poort die het oefenterrein afsloot, bevond zich de controlekamer. Van daaruit konden mensen de oefenmissie volgen, net zoals Summer bij Sam had gedaan.
Sam zag dat de beelden van zijn missie nog op de schermen stonden. De oefening was op pauze gezet, waardoor de gangsters die hij had bevochten nog steeds niet bewogen. Van hieruit zag het er alleszins een stuk gemakkelijker uit. Sam bleef even naar de beelden staren.
‘Meneer Smith? Komt u nog?’
Summer hield zijn pas in en keek vragend naar Sam. Die stond echter even stil als de gangsters op de schermen. Langzaam begon hem iets te dagen. Daphné had het over een koffer gehad. De vraag was over welke koffer.
‘Meneer Summer, de kans is groot dat er wel degelijk iets mis is met de koffer. Alleen is het niet deze koffer!’

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen