dinsdag 31 augustus 2010

Kom zelf in de nieuwe Sam Smith!

Altijd al eens een rol willen spelen in een boek? Waag dan nu je kans!

Deze zondag (5 september) vindt er in Avelgem een benefiet plaats ten voordele van de slachtoffers in Pakistan. En daar wordt een rol in de nieuwe Sam Smith geveild (nummer acht, verschijnt in september 2011), samen met nog heel wat leuke andere dingen van schrijvers en illustrators.

Surf naar www.benefietvoorpakistan.be voor meer info.

Veel succes!

zaterdag 21 augustus 2010

Nieuwe cover Sam Smith

Ik had jullie beloofd om de eerste beelden te laten zien zodra ik ze had. Wel, hier is ie, de nieuwe cover van Sam Smith! Hopelijk vinden jullie hem leuk!

dinsdag 27 juli 2010

Sam Smith in een nieuw kleedje!

Niet echt in een kleedje natuurlijk, Sam is Wiske (van Suske) niet! Nee, de reeks Sam Smith wordt helemaal gerestyled. Er komen allemaal nieuwe covers en een nieuw logo. We beginnen met de laatste en dan pakken we langzaam de rest van de reeks aan. Zodra ik de eerste beelden heb, laat ik ze zien op de site. Hopelijk kunnen jullie de veranderingen wat pruimen. Maar af en toe moet een mens al eens durven vernieuwen, nietwaar?

Meer nieuws volgt…

De Duivel van Devon - deel 15 (slot)

Summer had een kamerbrede glimlach op zijn gezicht, als een kind dat na lange tijd zijn eerste knuffelbeer weer ontdekt. Sam en Daphné hadden met open mond naar het verhaal geluisterd. Sam kon zich moeilijk voorstellen dat Summer ooit zo klein was geweest. Hij zag Summer als een man die altijd voor alles een oplossing had, niet als een jongetje dat schrik had om een scheepsjongen te overmeesteren.
‘Dus de duivel van Devon heeft nooit bestaan?’ vroeg Daphné.
Summer schudde zijn hoofd. ‘Nee, het was een heel slim verzinseltje van de schipper. Het hele dorp geloofde er echt in.’
‘En had de verzekering dan niets door?’ vroeg Sam. ‘De schipper had toch altijd wel snel een nieuwe boot.’
‘Ach, in die tijd werd dat nog niet zo goed onderzocht’, antwoordde Summer. ‘En misschien geloofde de verzekeraar zelf wel in de duivel.’
Sam probeerde zich voor te stellen wat hij zelf zou doen als hij met een duivel te maken kreeg. Hij kon zich inbeelden dat hij toch iets voorzichtiger te werk zou gaan dan Watson en Summer, je wist immers maar nooit.
‘En wat had Bigshot nu eigenlijk te maken met dat hele gedoe?’ wilde Sam nog weten.
‘Bigshot wist waar de schipper mee bezig was en hij wilde hem stoppen. Al dat gepraat over een duivel kon de toeristen afschrikken en dat was niet goed voor zijn zaken.’
‘Dus hij handelde vooral uit eigenbelang’, concludeerde Daphné.
‘Precies’, knikte Summer. ‘Maar het is hem niet helemaal gelukt de duivel te verjagen. Het schijnt zelfs dat de duivel is teruggekomen. Zelfs nu nog vertellen mensen uit Dartmouth over een duivel die over de rivier dwaalt.’
‘Dat hij daar dan maar blijft, die duivel’, grinnikte Daphné. ‘Zolang wij er hier maar geen last van hebben.’
Summer haalde een gevouwen papier uit zijn broekzak.
‘Dat is toevallig! Jullie volgende opdracht is in Dartmouth!’
Daphnés ogen werden groot, toen Summer het papier op Sams bureau gooide. Sam opende het snel en zag dat er niets op stond.
‘We vertrekken morgen al!’ speelde hij het spelletje mee en Daphné keek nog angstiger. Zou ze toch in duivels geloven?
‘Geef hier!’
Ze rukte het blad uit Sams handen, bekeek het en schonk Sam en Summer een poeslieve glimlach.
‘Wat zijn we weer grappig vandaag!’
Ze frommelde het blad op en mikte het tegen Sams hoofd.
‘Pas maar op’, zei ze tegen Sam – en eigenlijk had ze het ook graag tegen Summer gezegd, maar dat was nu eenmaal haar baas. ‘Of vannacht komt er een duivelin langs je bed. Die kapt zoveel water over je heen, dat je gaat denken dat je ook gezonken bent!’

donderdag 22 juli 2010

De Duivel van Devon - deel 14

Ik keek om me heen, maar zag geen redding. Voetje voor voetje schuifelde ik achteruit, terwijl de dreiging van de stok boven mijn hoofd hing. Ik kon enkel wachten tot de schipper zou toeslaan.
Hij hief de stok hoog in de lucht en ik stak mijn handen omhoog om hem af te weren. Mijn plan was om de stok vast te grijpen en de schipper uit evenwicht te brengen. Op voorwaarde dat de haak tegen dan nog niet in mijn voorhoofd stak natuurlijk.
De stok kwam echter niet en toch verloor de schipper zijn evenwicht. Samen met zijn stok viel hij achterover en kwam terecht op een harde boomstronk. De schipper schreeuwde het uit van de pijn. Pijn die ik normaal gezien had moeten hebben.
Achter de schipper stond Watson, die de stok in zijn handen hield. Hoofdschuddend keek hij neer op de schipper.
‘Bent u gevallen? U heeft zich toch geen pijn gedaan?’
De schipper kreunde iets onverstaanbaars en keek kwaad naar Watson.
‘Tja, dat komt er natuurlijk van als u zich zo laat nog op donkere paden begeeft. Een mens zou nog denken dat u iets te verbergen heeft.’
Watson haalde handboeien uit zijn zak en bukte zich over de schipper.
‘Laten we u voor alle veiligheid maar even vastmaken. Anders begint u weer met stokken te zwaaien.’
Hij klikte het ijzer rond de polsen van de schipper en richtte zich daarna tot mij.
‘Alles oké, David?’
Ik knikte. Mijn handen trilden nog een beetje, maar voor de rest was ik in orde. Er zat geen ijzeren haak in mijn hoofd, dus wat wil een mens nog meer?
‘Dat heb je goed gedaan’, ging Watson verder. ‘Ik hoefde de verdwenen boot zelfs niet meer te zoeken. Gewoon even de schipper volgen en het raadsel is opgelost.’
Op die manier bekeken had ik inderdaad goed werk geleverd. Ik had als levend lokaas gediend voor de schipper. Maar ik durfde er niet aan denken wat er was gebeurd als Watson niet achter de schipper had gestaan.
‘De scheepsjongen zit nog in de boot’, zei ik, met een beetje tegenzin, want zo zou Watson weten dat ik de boot niet zelf had gevonden. Eigenlijk was ik ook maar iemand gevolgd.
‘Ach zo’, knikte Watson, terwijl hij naar de boot keek. Hij gooide me een nieuw paar handboeien toe. ‘Wel, ga hem dan maar arresteren!’
Hij gaf me de perfecte kans om deel uit te maken van het gloriemoment, maar tegelijkertijd sloeg de schrik me om het hart. De scheepsjongen was groter dan mij en ongetwijfeld sterker, want ik zag mezelf niet meteen een boot afduwen, iets wat hij elke dag deed.
Ik sprong van op de kade in de boot en verloor bijna mijn evenwicht. Ik kon me nog net vastgrijpen aan de railing. Vergeefse moeite, want niet veel later ging ik toch tegen de vlakte. Op het moment dat ik aan de kajuit kwam, sloeg de scheepsjongen de deur keihard open, vol in mijn gezicht. Het was niet eens geweest om mij te raken, maar gewoon van pure opwinding, want hij liep onmiddellijk naar de railing.
‘Hé, wat doe je met mijn baas?’
Watson keek even op, maar deed gewoon verder waar hij mee bezig was: de schipper rechtop trekken..
‘Tja, je baas doet een dutje op een openbare plaats. Dat mag nu eenmaal niet.’
‘Laat hem los!’
Watson haalde zijn schouders op. ‘Oké. Als jij dat wilt.’
Hij loste de schipper, die opnieuw pijnlijk op de grond terecht kwam en het uitschreeuwde. Dat was voor mij het sein om weer te reageren. Nog een beetje groggy kwam ik overeind en liep naar de scheepsjongen toe. Zonder nadenken gaf ik hem een geweldige duw, waardoor hij over de railing vloog en in het water belandde. Daarna sprong ik zelf in het water en voor de jongen kon bekomen, klikte ik de handboeien rond zijn polsen.
Ik was moe, helemaal nat en mijn neus was zo dik als een aardappel, waardoor ik elk moment kon flauwvallen van de pijn, maar ik kon maar één ding denken: dat hadden Watson en ik toch maar mooi even opgelost!’

donderdag 15 juli 2010

De Duivel van Devon - deel 13

De geur van zwavel prikkelde plots weer in mijn neusgaten en daardoor wist ik meteen wie ik moest volgen. Bigshot passeerde me op enkele meters, maar zag me niet staan, helemaal in zichzelf gekeerd, mompelend en vloekend. Ik liet hem gaan.
De scheepsjongen was degene die ik moest hebben. Aangezien iedereen in Dartmouth hem een speciale jongen vond, stelde niemand zich vragen bij zijn vreemde gedrag. Er waren buitenstaanders voor nodig om dat te doorzien en ik was daar een van.
De scheepsjongen wandelde op zijn gemak verder, niet vermoedend dat hij gevolgd werd. Ik besefte dat dat ook logisch was, want je kon moeilijk altijd vermoeden dat je gevolgd werd. Je leven zou een hel worden. Het maakte het mij in elk geval gemakkelijker.
We liepen de hele tijd langs de rivier. Ik hoopte dat de jongen niet gewoon naar huis wandelde. Te weten komen waar hij woonde interesseerde me niet echt.
Terwijl we stapten kreeg ik een akelig gevoel. Door al dat nadenken over achtervolgen en achtervolgd worden, keek ik steeds meer achterom. Was er iemand achter mij? Ik zag niemand. Ik moest opletten dat ik zelf niet paranoïde werd.
Toen ik weer voor me keek, was de jongen verdwenen. Verdorie, wat een slecht staaltje achtervolgingswerk! In plaats van aandacht te hebben voor mijn doelwit, was ik te veel met mezelf bezig geweest. En nu was hij weg.
Zo kalm mogelijk bestudeerde ik de omgeving. De rivier werd steeds breder en de scheepsjongen liep in elk geval niet meer langs de kade. Die liep nog even door en ging dan over in een soort bos dat tegen de helling groeide. Maar er klopte iets niet. Het leek wel of dat bos onderbroken werd. Ik ging iets dichter kijken en zag mijn vermoeden bevestigd: er stroomde een kleine zijrivier. De scheepsjongen moest die gevolgd zijn. En dus deed ik net hetzelfde.
Het was een riviertje waar niet veel volk langskwam, want het groen was moeilijk doordringbaar. Toch had ik de indruk dat er al een smal pad was ontstaan. Gemaakt door iemand die hier regelmatig moest zijn. De scheepsjongen?
Het volgende moment zwenkte ik opzij en drukte me met mijn rug tegen een boom. De scheepsjongen was vlakbij!
Ik keek voorzichtig over mijn schouder. Het riviertje mondde uit in een klein meer. Ik schrok me een bult toen ik daar iets zag liggen dat op officieel op de bodem van de rivier lag: de veerboot!
De scheepsjongen sprong aan boord en liep naar de kajuit. Wat ging hij doen? Ik schudde mijn hoofd. De oplossing van het hele duivelgedoe was verbazend eenvoudig. Ik moest toegeven dat de schipper en de scheepsjongen dat goed hadden gezien. Of zou de schipper hier niets van af weten?
Toen ik mijn gezicht weer naar de bomen draaide, werd mijn vraag vanzelf beantwoord. De schipper stond vlak voor me. En hij keek behoorlijk boos.
Dat ik me zo had laten verrassen! Hij moest behoorlijk stil achter me aan geslopen zijn.
‘Zo laat nog op stap, knul?’ vroeg hij met een gemene grijns.
‘Een goede avondwandeling doet me altijd beter slapen’, antwoordde ik stoer, veel stoerder dan ik me in werkelijkheid voelde.
‘Een goed idee’, antwoordde de schipper. ‘Je zal inderdaad heel goed slapen.’
Hij haalde een dikke houten stok tevoorschijn, waar aan het einde een ijzeren haak bevestigd was. Normaal diende die om de veerboot obstakels te laten vermijden, maar nu had de schipper een ander doel in gedachten.

dinsdag 13 juli 2010

Jonas in Laid Back bij JIM!

Vanavond stel ik mijn nieuwste boek Liever de Leugen voor in de nieuwe zomerse liveshow Laid Back bij JIM.

Liever de leugen is een thriller voor jongeren en ouderen. Alles begint met een gijzeling: een jongen houdt een meisje vast op een appartement. Maar waarom zitten ze daar? Wat is er gebeurd? De politie onderzoekt de zaak en merkt al snel dat niets is wat het lijkt.

Laid Back is het nieuwe liveprogramma van JIM, gepresenteerd door afwisselend VJ Sean en An Lemmens, aan het zwembad. Heb je zin om de opnames bij te wonen? Stuur dan snel een mailtje naar nele.vanhaute@vmma.be. Je moet er ongeveer om 21u zijn. Het programma duurt van 22u tot 23u30. Koen Buyse van Zornik zal er ook zijn.

Iedereen kijken dus :-)