zondag 30 mei 2010

De Duivel van Devon - deel 2

‘Ik wilde haar nog tegenhouden, meneer Summer, maar u weet hoe ze is!’ zei Sam met zijn handen in de lucht, de onschuldigheid zelf.

‘Waarom vroeg je dan aan mij om die kast te openen?’ kaatste Daphné giftig terug.

Summer keek streng de kamer in. Een tiental seconden vreesden Daphné en Sam voor de preek die ze zouden krijgen. De stilte was haast angstaanjagend.

En dan barstte Summer in lachen uit. Sam keek verbaasd naar Daphné, maar die haalde onbegrijpend haar schouders op.

‘Staat dat verbodsteken nog steeds op die kast?’ vroeg Summer, terwijl hij de tranen uit zijn ogen wreef. ‘Dat heeft die goeie ouwe Watson er ooit opgezet!’

‘Wie is Watson?’ vroeg Daphné, die onmiddellijk meer wilde weten.

‘Die kast is nooit verboden geweest’, gniffelde Summer nog na. ‘Maar na al die jaren denkt iedereen dat nog altijd.’

‘Wie is Watson?’ vroeg Daphné nog een keer.

Sam bladerde ondertussen in het dossier dat voor hem lag, opgelucht dat ze niets verkeerds hadden gedaan. Dus mocht hij vast ook dit document bekijken.

‘Hé’, merkte hij meteen op. ‘Hier staat ook een Watson in!’

Summer boog zich over Sam heen.

‘Welke operatie is dat?’

‘De Duivel van Devon’, antwoordde Sam. ‘Klinkt meer als een fantasieverhaal dan als een operatie!’

Summer schudde zijn hoofd en glimlachte fijn.

‘Dat was allesbehalve een fantasieverhaal, meneer Smith. Dat was harde realiteit!’

‘Kent u die operatie goed?’ vroeg Daphné nadat ze er was komen bij staan.

‘Heel goed’, knikte Summer. ‘Ik was er zelf bij!’

Sam en Daphné krabden haast tegelijkertijd op hun hoofd. Summer en Duivels? Dat leek een vreemde combinatie, want voor Summer was gezond verstand zowat de belangrijkste eigenschap van een geheim agent.

‘Woonde u dan in Devon vroeger?’ vroeg Sam.

Sam was zelf nooit in Devon geweest, een provincie in het zuidwesten van Engeland. Hij wist wel dat er veel toeristen naartoe gingen voor het mooie landschap, maar dat er in dat landschap ook een duivel huisde, had hij op school nooit geleerd.

‘En was die duivel er toen ook al?’ voegde Daphné eraan toe.

Summer schudde zijn hoofd.

‘Nee, ik ben er zelf ook maar een keer geweest. En die duivel, tja, wie zal het zeggen? Dat was een vreemde zaak!’

‘Dus u bent meegegaan met die Watson en die David Silver’, concludeerde Sam. ‘Tenzij u de duivel zelf was natuurlijk.’

Summer moest lachen. ‘Twee keer fout. De zaak werd alleen onderzocht door Watson en Silver. En eigenlijk had Silver er zelfs niet bij mogen zijn.’

Sam keek nadenkend naar Daphné. Heel langzaam snapte hij wat Summer bedoelde. Ze hadden iets ontdekt wat waarschijnlijk maar weinig mensen wisten.

‘Dus…’, begon hij.

‘U bent David Silver!’ maakte Daphné de zin af.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen