maandag 8 maart 2010

De Koffer - deel 1

Ze waren overal. Als mieren krioelden ze om hem heen. Sam wilde hen vernietigen, vermorzelen, maar hij kon het niet. Deze mieren waren tot de tanden bewapend en bestookten hem onophoudelijk. Elke keer een schot raak trof, zag hij de mannen rondom hem grijnzen. Ze wisten dat ze hem in het nauw gedreven hadden. Langzaam voelde Sam zijn krachten afnemen.
Koortsachtig zocht hij naar een uitweg uit het vervallen huis. Rechts van hem hing een deur half uit haar hengsels. Hij kon er doorheen springen en zich erachter verschuilen. Maar wie of wat bevond zich erachter? Geen tijd om ook daarover na te denken, de kogels floten om zijn oren. Sam zette zich in beweging en beukte met zijn schouder tegen de deur. Die stortte neer en gaf hem beschutting.
Dacht hij. Een kogel die zich dwars door de deur boorde en langs Sams oor suisde, deed hem van mening veranderen. Hij rolde opzij en ging met zijn rug tegen de muur zitten. Zijn ademhaling ging zo snel dat de lucht nauwelijks nog zijn longen bereikte. Zodra er een beetje zuurstof binnen was, werd die al weer uitgeblazen.
Hoe was het mogelijk dat hij zich zo had laten vangen? Hij was met zijn ogen open in de val gelopen. Summer had hem nog gewaarschuwd niemand te vertrouwen. Maar de hulpeloze man in de rolstoel had zo’n smekende blik gehad, dat Sam niet had kunnen weigeren hem te helpen. Kon hij weten dat er onder dat deken een pistool verstopt zat.
Niet meer aan denken. Als hij een ding geleerd had op De School was het wel dat je niet mocht stilstaan bij het verleden. Zeker niet als de operatie nog bezig was, zoals nu. Je moest verder gaan, het hoofd bieden aan nieuwe gevaren. En die waren er genoeg op dit moment. Een hoop gangsters die hem overhoop wilden schieten, om er maar één op te noemen.
Sam stak zijn arm door het gat naast hem en vuurde lukraak enkele schoten af. Hij had er geen idee van of hij iets had geraakt. Hij besefte dat hij een tactiek moest verzinnen. Maar verder dan ‘alle vijanden uitschakelen’ kwam hij niet. Op zich was het wel een goede tactiek, maar veel gemakkelijker gezegd dan gedaan.
Plots zag Sam naast zich iets bewegen. Het ventilatierooster viel naar beneden en een gedaante met een zwarte muts op wrong zich door de ventilatiekoker. Sam vuurde twee keer en de man viel levenloos naar beneden. Weer een minder, maar hoeveel nog te gaan?
Sam bekeek de koker nauwkeuriger. De man had hem op een idee gebracht. Ze wilden hem verrassen, maar wat als Sam zijn tegenstanders nu eens op dezelfde manier verraste? Hij moest snel handelen, het zou niet lang meer duren voor ze door het deurgat kwamen gestormd. Om zichzelf extra seconden te gunnen, vuurde hij nog een keer door het deurgat. Daarna nam hij een aanloop en sprong naar de ventilatiekoker. Hij klauterde erin en wilde snel verder kruipen, maar de buis was smaller dan hij gedacht had. Met zijn ellebogen wrong hij zich door de smalle tunnel. Enkele meters voor hem boog de schacht af naar rechts. Op de hoek zag hij een opening waar een afgebroken rooster voor lag. Langs daar was de man dus gekomen. Langs daar zou Sam ook gaan.
Met zijn pistool in de aanslag schoof Sam verder naar de opening. Hij moest snel en precies vuren, hen geen kans geven om terug te schieten. Een stemmetje in zijn hoofd zei hem dat hij niet wist met hoeveel ze in de kamer waren, maar Sam negeerde het. Als hij daar naar zou luisteren, zou hij helemaal verlamd raken van angst. En daar had hij ook niets aan.
Sam haalde diep adem. Nu zou het erop aankomen, alles of niets. Met een krachtige beweging wierp hij zich naar voor, zodat hij met zijn hoofd en zijn armen uit de buis kwam hangen. In een seconde probeerde hij de situatie in te schatten.
Die was op zijn zachtst gezegd niet erg gunstig. Zijn vijanden stonden hem grijnzend op te wachten, hun geweren klaar om hem af te maken. In paniek begon Sam in het wilde weg te vuren, de mannen onder hem deden hetzelfde, maar dan ijzig kalm. Ze misten hun doel niet, Sam voelde hun schoten in zijn lichaam dringen en zijn krachten achteruitgaan. Hij werd misselijk en probeerde achteruit te kruipen. Het lukte. Ze konden hem niet meer raken. Maar ze wisten waar hij zat en dat was als een rat in de val.
Hij wist dat het met hem gedaan was. Hij kon nauwelijks nog vooruit of achteruit. Hij was stom geweest en dat moest hij nu bekopen. Sam dacht aan mensen die hij had teleurgesteld. Ze zouden kwaad zijn op hem.
Sam zag niet hoe een gezicht verscheen in de opening achter hem, snel gevolgd door de loop van een pistool. Een donderend salvo van schoten verloste Sam uit zijn lijden. Hij was eraan, koudweg afgemaakt…

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen